Publicaties

Rineke publiceert wetenschappelijke stukken

PUBLICATIES (Muziekwetenschappelijk)



'Nieuwsgierigheid en passie, in combinatie met een innerlijk verlangen iets bij te dragen aan een beter begrip van ‘muziek als fenomeen’. Dat is waarom ik ook wetenschappelijk met muziek bezig ben.’

Terwijl Rineke als zangeres, hoboïst, dirigent en componist volop in de muzikale praktijk actief is, blijft ze als afgestudeerd musicoloog ook achter de schermen met haar vak bezig.  Regelmatig wordt ze als muziekwetenschapper gevraagd naar achtergronden, contextuele informatie en geschiedkundig onderzoek.

‘Wetenschap gaat eigenlijk over de vragen: wat weten we zeker over dit onderwerp? En wat weten we niet zeker? Het gaat om transparantie en grondigheid. Na het verzamelen van gegevens uit de bronnen, komt er een analyse. Vervolgens leg je verbanden en trek je conclusies. 
Daarna kun je met een gerust hart zeggen dat wat jij beweert, juist is, omdat er een gedegen wetenschappelijk onderzoek aan vooraf is gegaan. Het goede antwoord kan pas gegeven worden als de vraag juist gesteld is.’



Rineke wordt ingehuurd door (concert)organisaties en muzikanten die meer informatie willen over een bepaald muziekwerk of muziek-gerelateerd onderwerp en zekerheid willen hebben over hun standpunt en visie. Vooral de combinatie van Rinekes academische kwaliteiten, inzicht van de praktijk en ervaring in de muziek, zorgen voor brede inzetbaarheid.



‘Ik ben me ervan bewust dat de academische aanpak – hoe correct die ook is – voor veel mensen als ‘droog en onleesbaar’ ervaren wordt. Ik probeer liever de uitkomsten van zo’n onderzoek zo te vertalen, dat het voor iedereen te begrijpen is.’



Tijdens haar studie Muziekwetenschap schreef Rineke de masterscriptie ‘Muziektheorie in Nederland en Vlaanderen – Hugo Riemann’ en de bachelor-scriptie ‘De Missa Beata Virgine van Josquin du Prez’. Ze is als musicoloog betrokken geweest bij de documentaires ‘Pointed, What’s your point? Muziek en muziekkeuze’ en ‘Naar House, de werking van dance en housemuziek’.
Bovendien leverde ze een bijdrage aan de educatieve muziekmethode ‘Daarom Muziek!’ voor de onderbouw Voortgezet Onderwijs. Momenteel is ze de vaste vraagbaak op dit gebied bij Groot Nieuws Radio en behandelt tweewekelijks een muziekwetenschappelijke vraag in het programma 'Muziek onder de loep'.

‘Muziek is intrigerend! Niet alleen om te maken en te horen, maar zeker om te bestuderen! Er zijn nog veel muziekstukken en muzikale fenomenen die ik graag wil onderzoeken!’

Om de vertaalslag van ‘academisch’ naar ‘toegankelijk’ te illustreren, geeft Rineke een nieuwe vertaling van een gedeelte uit haar master-scriptie ‘Muziektheorie in Nederland en Vlaanderen’.



"Het huidige theorieonderwijs aan conservatoria is vooral gericht op analyse en harmonieleer, maar daarnaast nemen solfège en contrapunt ook een belangrijke positie in. […] In de hoofden van velen onder ons gaat de geschiedenis van de Nederlandse muziektheorie net verder terug dan de harmonie- en theorielessen van Mulder (1947) en Dresden, […] Louis en Thuille (1907). Die veronderstelling hebben hedendaagse docenten ook stellig over ‘hun’ didactische, harmonische traditie. Maar komt het aan op de vraag naar de volledige historische context en ontwikkeling van het harmonieonderwijs, of breder gesteld, het muziektheoretisch onderwijs in Nederland, dan blijft het bij wat suggestieve opmerkingen. Kortom, daar valt nog niet veel zinnigs over zeggen."


Vertaalslag:

"Op het conservatorium leert een student zich nu bij het vak muziektheorie vooral te verdiepen in de structuur van een muziekstuk op papier en in samenklanken. Daarnaast zijn gehoortraining en melodie-leer er belangrijke vakken. Als we het hebben over de geschiedenis van het vak muziektheorie in Nederland, dan weten we op het eerste gezicht weinig over de tijd van voor 1947, toen het welbekende praktische theorieboek van docent Mulder werd uitgebracht. En we weten al helemaal niets van de tijd voor 1907, toen de theorieboeken van de samenwerkende docenten Louis en Thuille werden gepubliceerd. Deze twee methodes worden vandaag de dag nog steeds veel gebruikt door docenten aan het conservatorium. Zij beschouwen deze boeken als DE enige echte Nederlandse, eigen traditie van muziektheorie in het onderwijs. Wanneer we echter verder doorvragen naar de ontwikkeling van het onderwijs van het vak voor die tijd - dus hoe het vak en de traditie hier zijn ontstaan in de loop der tijd - dan weten leerkrachten daar weinig zinnigs over te zeggen, men raadt maar wat." 

 

Ode

Agenda


Volledige agenda

Contact

Het bericht is verzonden.
Naam
E-mail:
Telefoon:
Bericht*
Ontwerp & realisatie: Iturion | Powered by CMS united